Mijn verhaal: Brussel Noord, rugzak van een weekje kot op de rug, wachtend op de trein naar huis. “Zou ik?” Daar komt de trein. “Ik spring er gewoon voor. Dan is het allemaal gedaan. Dan stopt de pijn. Dan voel ik niets meer. Niemand zou me missen, toch?” Mijn gedachten op volle toeren.

Nee! Ik kan mijn ouders dat toch allemaal niet laten betalen. Maar pillen durf ik niet. Wat ben ik toch een seut. Zelfs dit durf ik niet. Ik kan toch ook echt niets.

Ik was 18, mijn eerste jaar in Brussel: doodongelukkig, vol angst om te falen en een minderwaardigheidscomplex van hier tot in Tokyo. Ik voelde me minder dan iedereen en geïntimideerd door alles. Ik haatte mezelf, op elke mogelijke manier. Ik legde mezelf zo’n torenhoge verwachtingen op, het gewicht van de wereld rustte op mijn schouders. Alles moest perfect zijn. En dat was het helemaal niet.

Ik voelde me niet goed, maar niemand van mijn vrienden zal het toen geweten hebben. Ik was een ietwat verlegen maar goedlachse schacht, flink aanwezig in de lessen zoals het een goede studente betaamt, en af en toe een td ging er zeker ook wel af. Ik liet me dopen. Had een fantastische vriendengroep waarmee ik elke middag in het restaurant van de VUB felle discussies hadden over politiek, de zin van het leven en andere studentenpraat. Ik speelde basketbal op een mooi niveau. Ik had alles. En toch, … .

Ik was depressief. Onlangs nog sprak ik met mijn zus en moeder over deze periode, nu exact 10 jaar geleden. Ik zat zo diep dat ik gewoon een aantal stukken niet meer weet. Breakdowns die me vaag nog iets zeggen. Mijn hoofd tegen de muur aan botsend. Ineengedoken op de vloer. Het moet ook voor hen verschrikkelijk geweest zijn.

Ik was depressief. Het is nooit een geheim geweest maar een depressie is nu eenmaal niet iets wat je aan de grote klok hangt. Die pillen neem je wel stiekem in. Je blijft gewoon doorgaan tot het niet meer gaat. De papers van politicologie en sociologie moesten binnen. Geen enkele basketbaltraining zou ik missen.

Ik was depressief. En ik besef maar al te goed dat niet iedereen het vangnet heeft dat ik had. Ouders die hun weg kennen in het zorglandschap, voldoende financiële middelen om alles wat zou kunnen helpen te proberen, en een thuis waar ik altijd terecht kon. Ik heb dan ook enorm veel geluk gehad, En ik, ik kwam er stilaan terug bovenop. Het heeft me bloed, zweet en tranen gekost, maar het is gelukt.

Psychische problemen zijn bij ieder individu anders en botsen daarom ook vaak op onbegrip wanneer je er mee naar buiten komt. En toch krijgen meer mensen hier mee te maken dan je denkt. Bij meer dan 1 op de 3 jongeren tussen 15 en 24 jaar is er sprake van een psychische problematiek. Dat is enorm veel.

Net daarom kom ik met deze ‘getuigenis’ naar buiten. Ik wil er mee voor zorgen dat jongeren met psychische problemen vanaf het eerste moment, in de eerste lijn, dat wil zeggen van zodra ze aangeven hulp nodig te hebben, de gepaste begeleiding kunnen krijgen. Want er vroeg bij zijn, luisteren naar en coachen van jongeren die zich niet goed in hun vel voelen kan een wereld van verschil maken.

Zonder de juiste hulp had ik nu niet gestaan waar ik nu sta. Zonder de juiste hulp was ik niet de jongste directeur ooit van de Liberale Vrouwen geweest. Zonder de juiste hulp was ik geen lijsttrekker voor Open Vld Geel geweest. Zonder de juiste hulp was ik er niet meer geweest.

Lieselotte Thys
voorzitter Jong Vld Geel en lijsttrekker van Open VLD Geel voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018

Kleine bemerking: Ik heb lang getwijfeld of ik dit wel zou schrijven, het was ook moeilijker dan eerst gedacht om mijn verhaal op papier te krijgen. En dat terwijl het nooit een geheim is geweest en ik alle mogelijke reacties perfect kan plaatsen. Ik hoop dan ook dat ik op deze manier het gesprek over psychische gezondheid bij jongeren en de nood aan eerstelijnshulp op gang kan brengen en het taboe dat nog steeds heerst kan helpen doorbreken.