Op zondag 26 mei zijn er naast federale en Vlaamse, ook Europese verkiezingen. Voor veel Vlamingen is ‘Europa’ een ver-van-mijn-bed-show. Voor andere Europeanen die geografisch nog verder verwijderd zijn van de Brusselse hub is dat nog erger. Een gemiddelde opkomst van 40% toont dat de Europese politiek inderdaad geen prioriteit is voor de burger. Door die desinteresse wordt vaak gesproken van een soort van tweederangs verkiezingen waar vooral nationale thema’s gereflecteerd worden op Europese. Dit verklaart bijvoorbeeld waarom de N-VA ook bij de Europese verkiezingen van 2014 de grootste partij werd zonder zelfs dat er duidelijkheid was in welke fractie ze gingen zetelen. De keuze zou uiteindelijk op de Europese Conservatieven en Hervormers vallen (ECR), maar wel meer dan 2 weken nadat de verkiezingen plaatsvonden.

 

Brexit

Nu terug naar 2019. De Europese verkiezingen in mei lijken spannender dan ooit te worden en wel om verschillende redenen:

Ten eerste is er het verhaal van de Brexit. Een eerste vraag is hier: moeten de Britten nog gaan stemmen in mei? Nu het onduidelijk is of de scheidingsdatum van 29 gehaald zal worden, ontstaat er ook een kloof tussen zij die vinden dat het hun democratisch recht is om nog te mogen stemmen voor het Europees Parlement zolang ze lid zijn van de EU en zij die Europa al langer hun rug hebben toegekeerd en er voor eens en voor altijd van af willen. Los van deze discussie is er de nieuwe zetelverdeling. De huidige 751 zetels zullen verminderd worden naar 705 zetels. De 73 zetels van de Britten zullen als volgt worden verdeeld: 46 zetels worden ‘reserve’ gehouden voor mogelijke nieuwe lidstaten (denk aan de Balkanlanden) en 27 zullen herverdeeld worden over de huidige lidstaten. Zo zal Nederland bijvoorbeeld 3 nieuwe zetels krijgen toegewezen. België blijft constant met 21 zetels. De Britten die het Europees Parlement zullen verlaten, betekent ook slecht nieuws voor de ECR-fractie (waar dus ook de N-VA van deel uitmaakt) aangezien ze mogelijk meer dan 20 Britse ‘Conservatives’ zullen moeten missen en daarmee hun positie als derde grootste politieke groep zullen verliezen.

La République en Marche

Ten tweede is het uitkijken naar de nieuwe politieke groep van de Franse president Emmanuel Macron. Zijn ‘Répbublique en Marche (LRM)’ lijkt een 20-tal zetels te halen in de peilingen. Eerder kondigde Macron al aan samen te willen werken met de liberale ALDE-fractie van Guy Verhofstadt, maar concrete voorstellen blijven uit. Macron focust zich momenteel voornamelijk op het binnenland want met de groeiende ‘Gillets Jaunes’ beweging heeft hij zijn handen vol. Bovendien is de term ‘liberaal’ in Frankrijk niet populair en al zeker niet in het huidige woelige politieke klimaat. Daarentegen zal ALDE + LRM waarschijnlijk wel de derde grootste politieke ‘groep’ worden in het Europees Parlement en zou met het verdwijnen van de ‘Grand Majority (christendemocraten en socialisten) wel eens een belangrijke partner kunnen worden.

Populisme

Ten derde is de groei van populistische partijen niet weg te denken uit Europa. In veel landen zijn ze zelfs aan het meebesturen, iets wat slechts enkele jaren geleden ondenkbaar was (denk aan Oostenrijk en Italië). De vraag is vooral in welke mate zij effectief de ‘mainstream partijen’ kunnen beconcurentieëren. Hun grootste uitdaging zal er uit bestaan om eenheid te creëren. De populistische politici zijn namelijk verdeeld over verschillende politieke groepen in het Europese Parlement. Het zal bovendien ook niet verbazen dat hun focus op nationale politiek ligt en niet op Europese. Zo is Marine Le Penn na het oprichten van haar ‘Europa van Naties en Vrijheid’ (waar ook Vlaams Belang lid van is) ondertussen al terug vertrokken naar de Franse Assemblée. Het enige waar populistische partijen zich vaak in kunnen verenigen is het feit dat ze het niet eens zijn met de rest en geen fan zijn van ‘Europa’. Paradoxaal genoeg zetten deze partijen Europa als thema wel op de kaart.

Spitzekandidaten

Ten slotte is het ook de vraag hoe het verder moet met het concept ‘Spitzekanidaten’. Deze ‘topkandidaat’ was het resultaat van de verkiezingen 2014, waar de kandidaat met de meeste stemmen (of diens politieke groeps althans) voorzitter zou worden van de Europese Commissie. De uitslag van het verkiezen van het Europees Parlement zou op deze manier dan een minimale consequentie hebben op de uitvoerende macht (levert dus de voorzitter van de Europese Commissie). Normaal is het kiezen van de voorzitter voorbehouden aan de Europese Raad en dus niet aan het parlement. Critici vinden deze politisering van het de Europese Commissie dan ook geen goed idee. Bovendien heeft de liberale ALDE al aangekondigt dat het niet met één kandidaat zou komen, maar met een heel team, een Team Europe. Wie deze mensen juist zijn, is nog wachten tot maart (nadat het eerder al uitgesteld was geweest). Bovendien circuleert naast de topkandidaat van de Europese Volkspartij (EVP), Manfred Weber, ook de naam van de Brexit onderhandelaar Michel Barnier (ook EVP) als mogelijke opvolger van Juncker.

 

Met de Brexit, nieuwe politieke groepen, groeiend populisme en verdere politisering van de Europese Commissie beloven het spannende tijden te worden in de aanloop naar de Europese verkiezingen, maar dit zal zeker ook na 26 mei het geval zijn.

 

 

Menno van Gemeren werkt voor Dr2 Consulants in Brussel en volgt voor verschillende bedrijven de Europese verkiezingen en Brexit op de voet op.