Vincent Van Quickenborne haalt in een opiniestuk op HLN.be uit naar de uit de hand lopende eisen van de vakbonden omtrent de zware beroepen. Hij wil een beoordeling op individueel niveau, niet per beroepsgroep. “Politiewerk is een risicovol beroep, maar er is een verschil tussen een administratief bediende en een inspecteur op het terrein”. Als we het been in dit dossier niet stijf houden, hollen we de inspanningen van afgelopen jaren uit.

De regering nam de afgelopen jaren maatregelen om de pensioenfactuur onder controle te krijgen. Vandaag gaan we gemiddeld op pensioen op 60 jaar. Nog steeds een pak vroeger dan in Duitsland en Nederland, waar het gemiddelde ligt op 63 jaar, in Zweden zelfs op 65 jaar. Langzaam dichten we die kloof én dat moet de focus van onze regering blijven.

Teveel verschil tussen pensioenen ambtenaren en werknemers

Ook de grote verschillen tussen de pensioenen van ambtenaren, werknemers en zelfstandigen worden uitgevlakt. Terecht, want het gemiddelde ambtenarenpensioenen ligt 1500 euro hoger dan het werknemerspensioen. Dat verschil is te groot.

Als we met zijn allen langer moeten werken, mogen we natuurlijk wel oog hebben voor de zware beroepen.  Als je zware taken hebt uitgeoefend tijdens je loopbaan, moet je ook wat vroeger kunnen stoppen. Dat is sociaal, dat is solidair.

Dit systeem moet wel objectief en eerlijk zijn. Daarom wil de regering werken met vier criteria: onregelmatige uren (denk bijvoorbeeld aan nachtarbeid), fysiek zwaar werk (veel heffen bijvoorbeeld), risicovol werk (politie en defensie) en mentale belasting of stress.

Maar de beoordeling moet wel op individueel niveau gebeuren. Nu pleiten sommige partijen en andere vakbonden voor een aanpak per beroepsgroep. Maar het is voor is voor Van Quickenborne onaanvaardbaar dat een administratief medewerker van de politie over dezelfde kam wordt geschoren als een inspecteur op het terrein. Of een kleuterjuf wiens job niet vergelijkbaar is met die van een prof aan de hogeschool.

Gesloten enveloppe

Hele beroepsgroepen een erkenning geven als zwaar beroep, holt de hele pensioenhervorming uit. Dan kan haast iedereen vroeger stoppen met werken. Dit is niet enkel onbetaalbaar maar ook  bijzonder asociaal ten opzichte van de mensen die écht zware taken uitoefenen. Hij pleit ervoor dat de hervorming gebeurt onder gesloten enveloppe. Dat de hervorming met andere woorden een beperkte enveloppe krijgt en verder budgetneutraal is. De vakbonden moeten dan kleur bekennen. Staan ze toe dat een grote groep de taart opeet, dan blijven er alleen kruimels over voor de mensen die het echt nodig hebben.

Lees het volledige opiniestuk hier