Sinterklaas was op 6 december weer aan het werk in ons land. Hij zwierde traditiegetrouw tienduizenden cadeautjes door menig Vlaamse schoorsteen. Blauwe auto’s voor jongens en roze poppen voor meisjes, voor veel ouders de logica zelve. Maar niet als het afhangt van de makers van de Pano-reportage Lieve jongens & stoere meisjes. De VRT-equipe stelde daarin de genderstereotiepe tendensen in speelgoedland aan de kaak. De reportagemakers menen dat het genderspecifieke speelgoed dat de kinderen tijdens de eerste levensjaren wordt opgedrongen een substantiële impact heeft op hoe deze kinderen zichzelf zien en de vaardigheden die ze opdoen, wat helpt verklaren waarom bepaalde beroepen zo sterk door mannen worden gedomineerd. Dit zou leiden tot genderongelijkheid en het ontnemen van kansen.

Uit onderzoek van het Britse Institution of Engineering and Technology bleek dat ‘STEM’-gerelateerd speelgoed  (STEM staat voor Science, Technology, Engineering en Mathematics), zoals bijvoorbeeld Lego of K-Nex, tot driemaal meer gericht worden op jongens dan meisjes. De link met ondervertegenwoordiging van vrouwen in pakweg de IT-sector is dan ook vlug gemaakt. Problematisch is dat de Pano-reporters lijken te hinten op het feit dat genderspecifiek speelgoed daar de doorslaggevende oorzaak van is. De waarheid is een stuk genuanceerder.

De grootste waarschuwing is echter geboden wil men deelnemen aan dit debat. Wijzen op belangrijke verschillen tussen mannen en vrouwen heeft de decaan van Harvard en de auteur van  de ondertussen beruchte Google-memo reeds de kop gekost. Die gevoeligheid is begrijpelijk: vrouwen zijn eeuwenlang onder de knoet gehouden en behandeld als tweederangsburgers op grond van wetenschappelijke nonsens als zouden vrouwen intellectueel inferieur zijn. In dat opzicht is het feminisme en de emancipatie van de vrouw iets waar we in het Westen best trost mogen op zijn – een strijd die, gezien het alomtegenwoordige seksisme, loonkloven en glazen plafonds allerhande, nog lang niet gestreden is.

Geslacht vs. gender

“Geslacht” en “gender” worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn allerminst synoniemen. Geslacht verwijst naar biologische verschillen tussen man en vrouw (chromosomen, hormonen, voortplantingsorganen, etc.) terwijl gender duidt op de maatschappelijke en culturele percepties van de man-vrouw relatie. Het geslacht staat bij iedereen vast (elke baby wordt als jongen of meisje geboren), gender kan daarentegen evolueren.

Vanuit dat oogpunt lijkt de Pano-reportage op het eerste zicht redelijk onschuldig. We kunnen speelgoedreclame die steevast meisjes achter het kookfornuis postuleert terecht ervaren als achterhaald. Speelgoedketens zoals DreamLand namen reeds enkele maatregelen om genderstereotiepen te vermijden. Zo zijn de verpakkingen van veel huishoudelijke speelgoeditems ontdaan van elke referentie aan gender. De marketing verantwoordelijke van DreamLand haalde echter de schouders op bij de vraag of ze ooit naar volledige genderneutraliteit willen evolueren. Kind noch ouder is daar volgens hem vragende partij voor.

Het Zweeds model

Op naar gidsland Zweden moeten ze bij Pano gedacht hebben. Het land wordt door velen geprezen als het summum van gendergelijkheid. Genderneutrale kindercatalogi zijn voor Zweedse speelgoedwinkels geen optie, maar een wettelijke verplichting. Het genderactivisme lijkt er echter compleet ontspoord. Enkele jaren terug lanceerde een feministische politieke partij een wetsvoorstel om mannen verplicht al zittend te urineren. Uit egalitaire en hygiënische overwegingen. Ook werd een “man-taks” voorgesteld, te worden geïnd bij mannen om de onrechtvaardigheden in het verleden begaan door hun geslacht recht te zetten. In 2015 werd het genderneutrale voornaamwoord “hen” geofficialiseerd ter vervanging van hij (“han”) en zij (“hon”).

In Zweden stelt het nationale leerplan dat “[…] kleuterscholen traditionele genderpatronen moeten doorbreken […] door jongens en meisjes dezelfde kansen te geven om vaardigheden en interesses op te doen wars van stereotiepe genderrollen.” Egalia, een kleuterschool in Stockholm, staat in het teken van de totale bevrijding van kinderen van traditionele genderrollen. In Egalia zijn er geen jongens en meisjes, enkel “vriendjes”. Genderspecifiek speelgoed werd verbannen en stereotiepe sprookjes genre Sneeuwwitje gingen voor de bijl. Ook schafte een andere kleuterschool de klassieke speeltijd af omdat achterhaalde genderrollen, hiërarchie en exclusie net tijdens de speeltijd ontstaan.

Zoals de geschiedenis ons leert staat “bevrijding” ook hier synoniem voor dwingelandij waarbij sociale wetenschappers (lees: genderactivistische pedagogen) vrij spel krijgen om de samenleving (lees: het klaslokaal) naar believen te moduleren volgens een pre-gedefinieerde en politiek gekleurde finaliteit: de complete negatie van het onderscheid tussen man en vrouw.

Voor Karlien Dhondt, kinderpsychiater verbonden aan het Universitair Ziekenhuis Gent, gaat het Zweeds model veel te ver: “De ontkenning dat je jongen of meisje bent is voor kinderen heel beangstigend. Bij de ontwikkeling van een kind is het belangrijk dat hij of zij een onderscheid leert maken tussen fantasie en realiteit. Wanneer iemand vaststelt dat hij een jongen is maar eigenlijk een meisje zou willen zijn, dan gaat hij daarover fantaseren. Op zich is daar niets mis mee. Maar dat is nog iets anders dan te ontkennen dat er een geslacht is. Kinderen hebben duidelijkheid nodig. Dat is essentieel in de ontwikkeling.”

Worden kinderen tabula rasa geboren?

“Paniekzaaierij” hoor ik u zeggen. Het is inderdaad zo dat we in de Lage Landen nog niet zijn afgegleden naar dergelijke genderneutrale waanzin waarbij “specialisten” scholen, gezinnen en speelgoedwinkels tot in het extreme micromanagen en penaliseren.

Voor alle duidelijkheid: we moeten ouders aanmoedigen een breed gamma aan speelgoed ter beschikking te stellen van hun kroost en met een open geest naar evoluerende genderpatronen kijken. Toch navigeren we in deze discussie op een hellend vlak. De aspiraties van sommige sociale wetenschappers om de grillen van moeder natuur de baas te kunnen, kent geen grenzen.

De idee dat kinderen als een quasi onbeschreven blad worden geboren en de samenleving hen imperatief in een mannelijke of vrouwelijke richting duwt, is immers wijdverspreid in veel academische kringen.

De onderbelichting van de rol van biologie in gedrag en levenskeuzes – er zijn boekenkasten vol literatuur over – is echter zeer problematisch. Professor Diane Halpern, voormalig voorzitster van de American Psychological Assocation, stelt dat de literatuur over sekseverschillen vol staat met inconsistente conclusies, tegenstrijdige theorieën en emotioneel geladen vaststellingen die niet gestoeld zijn op gedegen wetenschappelijk onderzoek. Ze geeft toe dat socialisering een rol speelt, maar ook dat biologische sekseverschillen onze gedragingen in grote mate bepalen. Nature en nurturesluiten elkaar dus niet uit.

Dat biologie wel degelijk een niet te onderschatten rol speelt in gedragingen en preferenties van kinderen, tonen verscheidene gerenommeerde onderzoeken aan:

(1)  De speelgoedpreferenties van resusaapjes (niet gesocialiseerd door de mens) lopen parallel met die van jonge kinderen (wel gesocialiseerd). Jongensapen toonden tijdens een onderzoek veel meer interesse in ballen en auto’s in vergelijking met meisjesapen, ondanks het feit ze niet onderworpen zijn aan reclame, ouderlijke invloed of peer pressure.

(2)  Een ander onderzoek stelde vast dat vrouwelijke resusaapjes die prenataal bloot werden gesteld aan mannelijke hormonen ruwer, stoeierig gedrag vertoonden dan hun vrouwelijke soortgenoten die niet waren blootgesteld aan het mannelijk hormoon.

(3)  Een studie van University College London toont aan dat kinderen (sommigen slechts 9 maanden oud) reeds vanaf zeer jongen leeftijd sterk aangetrokken zijn tot genderspecifiek speelgoed, een leeftijd waarop kinderen te jong zijn om “geïnfecteerd” te worden door genderstereotypen. De kinderen werden een genderneutrale kookpot in hun handjes gedrukt. Wanneer ze alleen gelaten werden, tilden de jongetjes de pot om, sleepten ze het over vloer en maakte zen autogeluiden. Meisjes daarentegen vormden de pot om tot een poppenhuis.

Dingen vs. mensen

Hoe verklaren we dan de hardnekkige genderkloof in bepaalde beroepssectoren? Harvard-professor Steven Pinker duidt aan dat mannen en vrouwen bijvoorbeeld evenveel aanleg voor wiskunde bezitten, maar dat mannen gemiddeld beter zijn in mechanisch redeneren, terwijl vrouwen over het algemeen beter presteren in het verbaalredeneren. De toevoegingen “over het algemeen” en “gemiddeld” zijn niet toevallig, het is niet omdat mannen over het algemeen groter zijn dan vrouwen, dat daarom elke man groter is dan elke vrouw.

Er is een gigantische hoeveelheid aan data die toont dat mannen meer interesse hebben in fysiek objecten, terwijl vrouwen meer interesse tonen in mensen. Dit helpt te verklaren waarom vrouwen met hun mathematische vaardigheden vaker in het onderwijs terechtkomen en mannen eerder verkiezen om pakweg in de IT-sector aan de slag gaan. Dat vrouwen in de academische wereld bijvoorbeeld vaker opteren voor antropologie en mannen voor computerwetenschappen, hoeft dan ook niet te verbazen.

Stereotiepen zijn niet noodzakelijk een probleem

Het is absoluut zo dat vrouwen vaak wegblijven van bepaalde sectoren omdat ze als mannenbastions worden aanzien. Dat mannen in die sectoren een overwicht hebben, heeft uiteraard niet enkel te maken met preferenties (zie eerder: mannen tonen gemiddeld meer interesse in fysieke objecten), maar ook met discriminatie. Zo staat Silicon Valley bijvoorbeeld gekend voor haar wijdverspreid seksisme.

Toch, stelt professor Pinker, is ook de richting van de causaliteit belangrijk. Te vaak wordt aangenomen dat wanneer een sekseafhankelijk verschil zich voordoet (“meer mannen dan vrouwen zijn werkzaam in de IT-sector”), dit verschil enkel wordt veroorzaakt door een verschil in genderverwachtingen tussen mannen en vrouwen, terwijl de redenering evengoed omgedraaid kan worden: genderstereotiepen weerspiegelen werkelijke verschillen en preferenties, eerder dan ze te veroorzaken.

Daarom dat de ondertoon in het debat over genderneutraliteit ietwat fout zit. Er wordt beweerd dat, willen mannen en vrouwen écht gelijk zijn, we in zoveel mogelijk beroepscategorieën naar genderpariteit (een 50-50 verhouding) moeten streven. Ze verwarren gelijkheid met uniformiteit.

De levenswandel van mannen en vrouwen hoeven helemaal niet 100% te overlappen, zolang beide maar naar waarde geschat worden en we diegene die buiten de lijntjes kleuren niet stigmatiseren. Echte gendergelijkheid behelst het optreden tegen discriminatie en seksisme, het slopen van barrières en het gezond, organisch omgaan met veranderende genderrollen, niet het top-down opdringen van genderneutraliteit. Het ontkent de essentiële verschillen tussen man en vrouw en er is simpelweg geen vraag naar.

Thibault Viaene
De auteur is jurist en kernlid van het Liberaal Vlaams Verbond