Opvallende paragraaf in het nieuwe Nederlandse regeerakkoord: “Het kabinet wil in overleg met de gemeentes een “Right to Challenge”-regeling uitwerken waarbij burgers of verenigingen de mogelijkheid krijgen om een voorstel in te dienen voor de uitvoering van een collectieve voorziening in hun omgeving”. De Nederlandse regering mikt daarbij op het onderhouden van parken, het beheer van sportvelden en bepaalde welzijnstaken.

Bewoners mogen daarbij zelf het initiatief nemen om een dienst uit te voeren als zij vinden dat het beter of anders moet. Ze krijgen het recht om uit te dagen. De verantwoordelijkheid verschuift dus van de overheid naar de burger.

HET KAN EEN BESTUURLIJKE REVOLUTIE ZIJN.

Het kan een bestuurlijke revolutie zijn. Van een top-down visie vanuit de overheid, naar het stimuleren van bottom-up initiatieven vanuit de lokale bevolking. Het is in feite een privatisering van de kleinere taken van een gemeentebestuur. Bewoners of lokale ondernemers krijgen de middelen die budgettair reeds voorzien zijn voor deze taken. In veel gevallen is het zelfs een besparing.

Succesvolle initiatieven

Het Verenigd Koninkrijk experimenteert vanaf 2011 al met een right to challenge. Jammer genoeg met beperkt succes. De administratieve lasten blijken vaak te hoog te liggen. Toch zijn er belangrijke succesvolle initiatieven. Zo is er de HCT Group (http://www.hctgroup.org/) die het busvervoer mee verzorgt in en rond Londen. Het is een sociale onderneming die werkt met vrijwilligers waardoor de bus goedkoper wordt. Ook andere steden in het Verenigd Koninkrijk werken nu aan soortgelijke projecten.

In Nederland werken zowel Amsterdam als Rotterdam aan een wettelijk kader, en werd in Utrecht het beheer van een sporthal al overgelaten aan een vereniging. In Sint-Truiden experimenteert schepen Hilde Vautmans door het onderhoud van bepaalde stadsperkjes toe te vertrouwen aan de buurt. Buurtbewoners spelen immers korter op de bal en voeren de werken met de nodige fierheid uit. Een win-win.

Het recht om uit te dagen werd ook al opgenomen in het Vlaams groenboek “Beter Besturen”, maar voorlopig maakt de regering er nog geen werk van. Nochtans zou een goed decretaal kader gemeenten stimuleren om er mee te experimenteren.

Right to Challenge verplicht Openbare besturen na te denken over hun kerntaken.

Right to Challenge gaat nog niet zo ver dat verenigingen of ondernemingen vlakaf kunnen bieden op het uitvoeren van bepaalde overheidstaken. Dat beslissen de besturen nog steeds zelf. Toch is het een goede eerste stap. Het verplicht openbare besturen na te denken over hun kerntaken. Waar is het essentieel dat de uitvoering gebeurt door de overheid zelf? En waar volstaat het om de spelregels vast te leggen?

Hopelijk leidt het tot een heuse omwenteling. Openbare besturen kunnen er efficiënter door werken en dat zorgt mogelijk voor lastenverlagingen. Burgers en verenigingen krijgen meer inspraak. Een initiatief om toe te juichen en op te volgen!