De Iraanse Paradox

Hoe Trump een Iraanse atoombom dichterbij brengt

Laten we even terugkeren naar 2015. Al jaren probeert Iran een eigen nucleair programma uit te rollen. En al jaren beantwoordt het Westen deze ‘ambitie’ met dezelfde economische sancties. Resultaat: hoewel de Iraanse economie jaar na jaar verder wegzakt in een economisch moeras blijft haar nucleaire ambitie overeind. Tot Barack Obama en Frederica Mogherini er in 2015 in slaagden om alle betrokken partijen in een sfeer van (harde) dialoog tot rede en compromis te brengen. Iran stond in deze deal toe om haar nucleair programma onder internationale curatele te plaatsen in ruil voor toegang tot de Westerse markt. Vijandigheid en isolatie maakten plaats voor politieke dialoog. Als Obama zijn Nobelprijs voor de Vrede uit 2009 voor iets verdiende, is het zonder twijfel zijn deal met Iran.

Is Iran door deze deal plots een Westerse bondgenoot geworden, waar de liberale normatieve agenda wordt gehanteerd? Nee. Maar dit was ook niet de doelstelling van Obama. Iran verhinderen om volwaardige atoomwapens te ontwikkelen, dat was de doelstelling. De harde en onsamenhangende (war)taal van Trump dreigt dit te ondermijnen. En daarmee brengt hij datgene wat hij verafschuwt juist dichterbij, namelijk een Iraanse atoombom.

Waarom willen landen een eigen atoombom?

Waarom willen landen zoals Iran toch zo graag over een eigen atoombom beschikken? Het antwoord is simpel: een atoombom is de ultieme verzekering tegen buitenlandse inmenging. Zou de Verenigde Staten in 2003 Irak zijn binnengevallen wanneer Sadam Hoessein een atoomwapen had? Zou iemand er serieus aan denken om Israël aan te vallen? Ik gok van niet… Dit verklaart waarom staten quasi automatisch een incentive voelen voor het ontwikkelen van zulke wapens.

De tragedie van de wereldpolitiek.

Staten en regimes zijn in de eerste plaats bezig met hun eigen overleven. Zeker wanneer ze zich bedreigd voelen. Voor België of Nederland is zo’n dreiging misschien een ver- van-mijn-bed show. Voor een Islamitisch regime onder Westerse druk al heel wat minder. Zeker met Israël in de achtertuin. Hoe meer een bepaalde staat of een specifiek regime onder druk staat, hoe meer ze zich focust op haar eigen ‘overleven’. Dit wordt versterkt door de onmogelijkheid om volledige zekerheid te verkrijgen over de intenties van andere staten aangaande hun buitenlands beleid. Laat staan zekerheid over hun toekomstige intenties. Deze onzekerheid zet staten er toe aan een voorzichtigheidsprincipe toe te passen door de militaire capaciteiten zodanig te versterken tot men gewapend is tegen alle mogelijke slechte intenties van andere staten/grootmachten. Dat is wat John Mearsheimer, Amerikaans politicoloog aan de Universiteit van Chicago, de ‘tragedie van de wereldpolitiek’ noemt.

Het is deze redenering die Obama goed begrepen had. Enkel een dialoog, hoe moeilijk ook, kon en kan de incentive van Iran – dat op goede voet staat met de Russen – voor het ontwikkelen van een atoombom verminderen. De harde (en ongegronde) houding van Trump negeert deze logica volledig. De consequentie hiervan is dat hij een Iraanse atoombom méér in plaats van minder waarschijnlijk maakt. Een kapitale blunder.